to ring in, herald
Tegenwoordige tijd (ik)luid in
Verleden tijd (ik)luidde in
Voltooid deelwoordingeluid
Volledige vervoeging van het werkwoord inluiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik luid in
jij luidt in (inversie: luid in jij)
u luidt in
hij/zij/het luidt in
wij luiden in
jullie luiden in
zij luiden in
Verleden tijd
ik luidde in
jij luidde in
u luidde in
hij/zij/het luidde in
wij luidden in
jullie luidden in
zij luidden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inluid
(dat) jij inluidt
(dat) u inluidt
(dat) hij/zij/het inluidt
(dat) wij inluiden
(dat) jullie inluiden
(dat) zij inluiden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inluidde
(dat) jij inluidde
(dat) u inluidde
(dat) hij/zij/het inluidde
(dat) wij inluidden
(dat) jullie inluidden
(dat) zij inluidden
Gebiedende wijs
Imperatief
luid in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inluiden
Gerundium
inluiden
Onvoltooid deelwoord
inluidend
Voltooid deelwoord
ingeluid
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.