Vervoeging van inluiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inluiden
to ring in, herald
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)luid in
Verleden tijd (ik)luidde in
Voltooid deelwoordingeluid
Volledige vervoeging van het werkwoord inluiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik luid in
jij luidt in (inversie: luid in jij)
u luidt in
hij/zij/het luidt in
wij luiden in
jullie luiden in
zij luiden in

Verleden tijd

ik luidde in
jij luidde in
u luidde in
hij/zij/het luidde in
wij luidden in
jullie luidden in
zij luidden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inluid
(dat) jij inluidt
(dat) u inluidt
(dat) hij/zij/het inluidt
(dat) wij inluiden
(dat) jullie inluiden
(dat) zij inluiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inluidde
(dat) jij inluidde
(dat) u inluidde
(dat) hij/zij/het inluidde
(dat) wij inluidden
(dat) jullie inluidden
(dat) zij inluidden

Gebiedende wijs

Imperatief

luid in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inluiden

Gerundium

inluiden

Onvoltooid deelwoord

inluidend

Voltooid deelwoord

ingeluid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.