Vervoeging van inlossen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inlossen
to redeem
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)los in
Verleden tijd (ik)loste in
Voltooid deelwoordingelost
Volledige vervoeging van het werkwoord inlossen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik los in
jij lost in (inversie: los in jij)
u lost in
hij/zij/het lost in
wij lossen in
jullie lossen in
zij lossen in

Verleden tijd

ik loste in
jij loste in
u loste in
hij/zij/het loste in
wij losten in
jullie losten in
zij losten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inlos
(dat) jij inlost
(dat) u inlost
(dat) hij/zij/het inlost
(dat) wij inlossen
(dat) jullie inlossen
(dat) zij inlossen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inloste
(dat) jij inloste
(dat) u inloste
(dat) hij/zij/het inloste
(dat) wij inlosten
(dat) jullie inlosten
(dat) zij inlosten

Gebiedende wijs

Imperatief

los in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inlossen

Gerundium

inlossen

Onvoltooid deelwoord

inlossend

Voltooid deelwoord

ingelost

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.