Vervoeging van inlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inlopen
to walk in, to enter by walking
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop in
Verleden tijd (ik)liep in
Voltooid deelwoordingelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord inlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop in
jij loopt in (inversie: loop in jij)
u loopt in
hij/zij/het loopt in
wij lopen in
jullie lopen in
zij lopen in

Verleden tijd

ik liep in
jij liep in
u liep in
hij/zij/het liep in
wij liepen in
jullie liepen in
zij liepen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inloop
(dat) jij inloopt
(dat) u inloopt
(dat) hij/zij/het inloopt
(dat) wij inlopen
(dat) jullie inlopen
(dat) zij inlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inliep
(dat) jij inliep
(dat) u inliep
(dat) hij/zij/het inliep
(dat) wij inliepen
(dat) jullie inliepen
(dat) zij inliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inlopen

Gerundium

inlopen

Onvoltooid deelwoord

inlopend

Voltooid deelwoord

ingelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.