Vervoeging van inleven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inleven
to put oneself into somebody else's place, to put oneself in someone's shoes, to feel oneself as being somebody else, identify oneself with one's role, empathis
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leef in
Verleden tijd (ik)leefde in
Voltooid deelwoordingeleefd
Volledige vervoeging van het werkwoord inleven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leef in
jij leeft in (inversie: leef in jij)
u leeft in
hij/zij/het leeft in
wij leven in
jullie leven in
zij leven in

Verleden tijd

ik leefde in
jij leefde in
u leefde in
hij/zij/het leefde in
wij leefden in
jullie leefden in
zij leefden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inleef
(dat) jij inleeft
(dat) u inleeft
(dat) hij/zij/het inleeft
(dat) wij inleven
(dat) jullie inleven
(dat) zij inleven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inleefde
(dat) jij inleefde
(dat) u inleefde
(dat) hij/zij/het inleefde
(dat) wij inleefden
(dat) jullie inleefden
(dat) zij inleefden

Gebiedende wijs

Imperatief

leef in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inleven

Gerundium

inleven

Onvoltooid deelwoord

inlevend

Voltooid deelwoord

ingeleefd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.