Vervoeging van inlaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inlaten
to let in
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat in
Verleden tijd (ik)liet in
Voltooid deelwoordingelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord inlaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat in
jij laat in
u laat in
hij/zij/het laat in
wij laten in
jullie laten in
zij laten in

Verleden tijd

ik liet in
jij liet in
u liet in
hij/zij/het liet in
wij lieten in
jullie lieten in
zij lieten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inlaat
(dat) jij inlaat
(dat) u inlaat
(dat) hij/zij/het inlaat
(dat) wij inlaten
(dat) jullie inlaten
(dat) zij inlaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inliet
(dat) jij inliet
(dat) u inliet
(dat) hij/zij/het inliet
(dat) wij inlieten
(dat) jullie inlieten
(dat) zij inlieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inlaten

Gerundium

inlaten

Onvoltooid deelwoord

inlatend

Voltooid deelwoord

ingelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.