Vervoeging van inkleuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inkleuren
to color in
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kleur in
Verleden tijd (ik)kleurde in
Voltooid deelwoordingekleurd
Volledige vervoeging van het werkwoord inkleuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kleur in
jij kleurt in (inversie: kleur in jij)
u kleurt in
hij/zij/het kleurt in
wij kleuren in
jullie kleuren in
zij kleuren in

Verleden tijd

ik kleurde in
jij kleurde in
u kleurde in
hij/zij/het kleurde in
wij kleurden in
jullie kleurden in
zij kleurden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inkleur
(dat) jij inkleurt
(dat) u inkleurt
(dat) hij/zij/het inkleurt
(dat) wij inkleuren
(dat) jullie inkleuren
(dat) zij inkleuren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inkleurde
(dat) jij inkleurde
(dat) u inkleurde
(dat) hij/zij/het inkleurde
(dat) wij inkleurden
(dat) jullie inkleurden
(dat) zij inkleurden

Gebiedende wijs

Imperatief

kleur in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inkleuren

Gerundium

inkleuren

Onvoltooid deelwoord

inkleurend

Voltooid deelwoord

ingekleurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.