Vervoeging van inhuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inhuren
to hire (workforce, etc.)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)huur in
Verleden tijd (ik)huurde in
Voltooid deelwoordingehuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord inhuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik huur in
jij huurt in (inversie: huur in jij)
u huurt in
hij/zij/het huurt in
wij huren in
jullie huren in
zij huren in

Verleden tijd

ik huurde in
jij huurde in
u huurde in
hij/zij/het huurde in
wij huurden in
jullie huurden in
zij huurden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inhuur
(dat) jij inhuurt
(dat) u inhuurt
(dat) hij/zij/het inhuurt
(dat) wij inhuren
(dat) jullie inhuren
(dat) zij inhuren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inhuurde
(dat) jij inhuurde
(dat) u inhuurde
(dat) hij/zij/het inhuurde
(dat) wij inhuurden
(dat) jullie inhuurden
(dat) zij inhuurden

Gebiedende wijs

Imperatief

huur in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inhuren

Gerundium

inhuren

Onvoltooid deelwoord

inhurend

Voltooid deelwoord

ingehuurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.