Vervoeging van inhalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inhalen
to fetch, bring in(side); harvest
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)haal in
Verleden tijd (ik)haalde in
Voltooid deelwoordingehaald
Volledige vervoeging van het werkwoord inhalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik haal in
jij haalt in (inversie: haal in jij)
u haalt in
hij/zij/het haalt in
wij halen in
jullie halen in
zij halen in

Verleden tijd

ik haalde in
jij haalde in
u haalde in
hij/zij/het haalde in
wij haalden in
jullie haalden in
zij haalden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inhaal
(dat) jij inhaalt
(dat) u inhaalt
(dat) hij/zij/het inhaalt
(dat) wij inhalen
(dat) jullie inhalen
(dat) zij inhalen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inhaalde
(dat) jij inhaalde
(dat) u inhaalde
(dat) hij/zij/het inhaalde
(dat) wij inhaalden
(dat) jullie inhaalden
(dat) zij inhaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

haal in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inhalen

Gerundium

inhalen

Onvoltooid deelwoord

inhalend

Voltooid deelwoord

ingehaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.