Vervoeging van ingrijpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ingrijpen
to intervene
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)grijp in
Verleden tijd (ik)greep in
Voltooid deelwoordingegrepen
Volledige vervoeging van het werkwoord ingrijpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik grijp in
jij grijpt in (inversie: grijp in jij)
u grijpt in
hij/zij/het grijpt in
wij grijpen in
jullie grijpen in
zij grijpen in

Verleden tijd

ik greep in
jij greep in
u greep in
hij/zij/het greep in
wij grepen in
jullie grepen in
zij grepen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ingrijp
(dat) jij ingrijpt
(dat) u ingrijpt
(dat) hij/zij/het ingrijpt
(dat) wij ingrijpen
(dat) jullie ingrijpen
(dat) zij ingrijpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ingreep
(dat) jij ingreep
(dat) u ingreep
(dat) hij/zij/het ingreep
(dat) wij ingrepen
(dat) jullie ingrepen
(dat) zij ingrepen

Gebiedende wijs

Imperatief

grijp in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ingrijpen

Gerundium

ingrijpen

Onvoltooid deelwoord

ingrijpend

Voltooid deelwoord

ingegrepen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.