Vervoeging van ingeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ingeven
to feed (esp. a baby)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef in
Verleden tijd (ik)gaf in
Voltooid deelwoordingegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord ingeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef in
jij geeft in (inversie: geef in jij)
u geeft in
hij/zij/het geeft in
wij geven in
jullie geven in
zij geven in

Verleden tijd

ik gaf in
jij gaf in
u gaf in
hij/zij/het gaf in
wij gaven in
jullie gaven in
zij gaven in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ingeef
(dat) jij ingeeft
(dat) u ingeeft
(dat) hij/zij/het ingeeft
(dat) wij ingeven
(dat) jullie ingeven
(dat) zij ingeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ingaf
(dat) jij ingaf
(dat) u ingaf
(dat) hij/zij/het ingaf
(dat) wij ingaven
(dat) jullie ingaven
(dat) zij ingaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ingeven

Gerundium

ingeven

Onvoltooid deelwoord

ingevend

Voltooid deelwoord

ingegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.