Vervoeging van influisteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

influisteren
to whisper into someone's ear
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)fluister in
Verleden tijd (ik)fluisterde in
Voltooid deelwoordingefluisterd
Volledige vervoeging van het werkwoord influisteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik fluister in
jij fluistert in (inversie: fluister in jij)
u fluistert in
hij/zij/het fluistert in
wij fluisteren in
jullie fluisteren in
zij fluisteren in

Verleden tijd

ik fluisterde in
jij fluisterde in
u fluisterde in
hij/zij/het fluisterde in
wij fluisterden in
jullie fluisterden in
zij fluisterden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik influister
(dat) jij influistert
(dat) u influistert
(dat) hij/zij/het influistert
(dat) wij influisteren
(dat) jullie influisteren
(dat) zij influisteren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik influisterde
(dat) jij influisterde
(dat) u influisterde
(dat) hij/zij/het influisterde
(dat) wij influisterden
(dat) jullie influisterden
(dat) zij influisterden

Gebiedende wijs

Imperatief

fluister in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

influisteren

Gerundium

influisteren

Onvoltooid deelwoord

influisterend

Voltooid deelwoord

ingefluisterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.