to vaccinate
Tegenwoordige tijd (ik)ent in
Verleden tijd (ik)entte in
Voltooid deelwoordingeënt
Volledige vervoeging van het werkwoord inenten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ent in
jij ent in
u ent in
hij/zij/het ent in
wij enten in
jullie enten in
zij enten in
Verleden tijd
ik entte in
jij entte in
u entte in
hij/zij/het entte in
wij entten in
jullie entten in
zij entten in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inent
(dat) jij inent
(dat) u inent
(dat) hij/zij/het inent
(dat) wij inenten
(dat) jullie inenten
(dat) zij inenten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inentte
(dat) jij inentte
(dat) u inentte
(dat) hij/zij/het inentte
(dat) wij inentten
(dat) jullie inentten
(dat) zij inentten
Gebiedende wijs
Imperatief
ent in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inenten
Gerundium
inenten
Onvoltooid deelwoord
inentend
Voltooid deelwoord
ingeënt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.