to mingle while walking
Tegenwoordige tijd (ik)loop ineen
Verleden tijd (ik)liep ineen
Voltooid deelwoordineengelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord ineenlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik loop ineen
jij loopt ineen (inversie: loop ineen jij)
u loopt ineen
hij/zij/het loopt ineen
wij lopen ineen
jullie lopen ineen
zij lopen ineen
Verleden tijd
ik liep ineen
jij liep ineen
u liep ineen
hij/zij/het liep ineen
wij liepen ineen
jullie liepen ineen
zij liepen ineen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik ineenloop
(dat) jij ineenloopt
(dat) u ineenloopt
(dat) hij/zij/het ineenloopt
(dat) wij ineenlopen
(dat) jullie ineenlopen
(dat) zij ineenlopen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik ineenliep
(dat) jij ineenliep
(dat) u ineenliep
(dat) hij/zij/het ineenliep
(dat) wij ineenliepen
(dat) jullie ineenliepen
(dat) zij ineenliepen
Gebiedende wijs
Imperatief
loop ineen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ineenlopen
Gerundium
ineenlopen
Onvoltooid deelwoord
ineenlopend
Voltooid deelwoord
ineengelopen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.