Vervoeging van indruisen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

indruisen
to go against [with in], to be incompatible [with tegen ‘with’], to clash
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)druis in
Verleden tijd (ik)druiste in
Voltooid deelwoordingedruist
Volledige vervoeging van het werkwoord indruisen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik druis in
jij druist in (inversie: druis in jij)
u druist in
hij/zij/het druist in
wij druisen in
jullie druisen in
zij druisen in

Verleden tijd

ik druiste in
jij druiste in
u druiste in
hij/zij/het druiste in
wij druisten in
jullie druisten in
zij druisten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik indruis
(dat) jij indruist
(dat) u indruist
(dat) hij/zij/het indruist
(dat) wij indruisen
(dat) jullie indruisen
(dat) zij indruisen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik indruiste
(dat) jij indruiste
(dat) u indruiste
(dat) hij/zij/het indruiste
(dat) wij indruisten
(dat) jullie indruisten
(dat) zij indruisten

Gebiedende wijs

Imperatief

druis in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

indruisen

Gerundium

indruisen

Onvoltooid deelwoord

indruisend

Voltooid deelwoord

ingedruist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.