Vervoeging van inchecken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inchecken
to check in
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)check in
Verleden tijd (ik)checkte in
Voltooid deelwoordingecheckt
Volledige vervoeging van het werkwoord inchecken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik check in
jij checkt in (inversie: check in jij)
u checkt in
hij/zij/het checkt in
wij checken in
jullie checken in
zij checken in

Verleden tijd

ik checkte in
jij checkte in
u checkte in
hij/zij/het checkte in
wij checkten in
jullie checkten in
zij checkten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik incheck
(dat) jij incheckt
(dat) u incheckt
(dat) hij/zij/het incheckt
(dat) wij inchecken
(dat) jullie inchecken
(dat) zij inchecken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik incheckte
(dat) jij incheckte
(dat) u incheckte
(dat) hij/zij/het incheckte
(dat) wij incheckten
(dat) jullie incheckten
(dat) zij incheckten

Gebiedende wijs

Imperatief

check in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inchecken

Gerundium

inchecken

Onvoltooid deelwoord

incheckend

Voltooid deelwoord

ingecheckt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.