Vervoeging van incasseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

incasseren
to make (money), to rake in (something rewarding)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)incasseer
Verleden tijd (ik)incasseerde
Voltooid deelwoordgeïncasseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord incasseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik incasseer
jij incasseert (inversie: incasseer jij)
u incasseert
hij/zij/het incasseert
wij incasseren
jullie incasseren
zij incasseren

Verleden tijd

ik incasseerde
jij incasseerde
u incasseerde
hij/zij/het incasseerde
wij incasseerden
jullie incasseerden
zij incasseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

incasseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

incasseren

Gerundium

incasseren

Onvoltooid deelwoord

incasserend

Voltooid deelwoord

geïncasseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.