to integrate into a (foreign) society
Tegenwoordige tijd (ik)burger in
Verleden tijd (ik)burgerde in
Voltooid deelwoordingeburgerd
Volledige vervoeging van het werkwoord inburgeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik burger in
jij burgert in (inversie: burger in jij)
u burgert in
hij/zij/het burgert in
wij burgeren in
jullie burgeren in
zij burgeren in
Verleden tijd
ik burgerde in
jij burgerde in
u burgerde in
hij/zij/het burgerde in
wij burgerden in
jullie burgerden in
zij burgerden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inburger
(dat) jij inburgert
(dat) u inburgert
(dat) hij/zij/het inburgert
(dat) wij inburgeren
(dat) jullie inburgeren
(dat) zij inburgeren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inburgerde
(dat) jij inburgerde
(dat) u inburgerde
(dat) hij/zij/het inburgerde
(dat) wij inburgerden
(dat) jullie inburgerden
(dat) zij inburgerden
Gebiedende wijs
Imperatief
burger in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inburgeren
Gerundium
inburgeren
Onvoltooid deelwoord
inburgerend
Voltooid deelwoord
ingeburgerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.