Vervoeging van inburgeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inburgeren
to integrate into a (foreign) society
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)burger in
Verleden tijd (ik)burgerde in
Voltooid deelwoordingeburgerd
Volledige vervoeging van het werkwoord inburgeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik burger in
jij burgert in (inversie: burger in jij)
u burgert in
hij/zij/het burgert in
wij burgeren in
jullie burgeren in
zij burgeren in

Verleden tijd

ik burgerde in
jij burgerde in
u burgerde in
hij/zij/het burgerde in
wij burgerden in
jullie burgerden in
zij burgerden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inburger
(dat) jij inburgert
(dat) u inburgert
(dat) hij/zij/het inburgert
(dat) wij inburgeren
(dat) jullie inburgeren
(dat) zij inburgeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inburgerde
(dat) jij inburgerde
(dat) u inburgerde
(dat) hij/zij/het inburgerde
(dat) wij inburgerden
(dat) jullie inburgerden
(dat) zij inburgerden

Gebiedende wijs

Imperatief

burger in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inburgeren

Gerundium

inburgeren

Onvoltooid deelwoord

inburgerend

Voltooid deelwoord

ingeburgerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.