Vervoeging van inbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inbrengen
to add, to contribute
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng in
Verleden tijd (ik)bracht in
Voltooid deelwoordingebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord inbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng in
jij brengt in (inversie: breng in jij)
u brengt in
hij/zij/het brengt in
wij brengen in
jullie brengen in
zij brengen in

Verleden tijd

ik bracht in
jij bracht in
u bracht in
hij/zij/het bracht in
wij brachten in
jullie brachten in
zij brachten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inbreng
(dat) jij inbrengt
(dat) u inbrengt
(dat) hij/zij/het inbrengt
(dat) wij inbrengen
(dat) jullie inbrengen
(dat) zij inbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inbracht
(dat) jij inbracht
(dat) u inbracht
(dat) hij/zij/het inbracht
(dat) wij inbrachten
(dat) jullie inbrachten
(dat) zij inbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inbrengen

Gerundium

inbrengen

Onvoltooid deelwoord

inbrengend

Voltooid deelwoord

ingebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.