Vervoeging van inbreken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inbreken
to break in, to burglar, to burglarize
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breek in
Verleden tijd (ik)brak in
Voltooid deelwoordingebroken
Volledige vervoeging van het werkwoord inbreken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breek in
jij breekt in (inversie: breek in jij)
u breekt in
hij/zij/het breekt in
wij breken in
jullie breken in
zij breken in

Verleden tijd

ik brak in
jij brak in
u brak in
hij/zij/het brak in
wij braken in
jullie braken in
zij braken in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inbreek
(dat) jij inbreekt
(dat) u inbreekt
(dat) hij/zij/het inbreekt
(dat) wij inbreken
(dat) jullie inbreken
(dat) zij inbreken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inbrak
(dat) jij inbrak
(dat) u inbrak
(dat) hij/zij/het inbrak
(dat) wij inbraken
(dat) jullie inbraken
(dat) zij inbraken

Gebiedende wijs

Imperatief

breek in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inbreken

Gerundium

inbreken

Onvoltooid deelwoord

inbrekend

Voltooid deelwoord

ingebroken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.