to rededicate land in an urban environment to new construction; to infill
Tegenwoordige tijd (ik)breid in
Verleden tijd (ik)breidde in
Voltooid deelwoordingebreid
Volledige vervoeging van het werkwoord inbreiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik breid in
jij breidt in (inversie: breid in jij)
u breidt in
hij/zij/het breidt in
wij breiden in
jullie breiden in
zij breiden in
Verleden tijd
ik breidde in
jij breidde in
u breidde in
hij/zij/het breidde in
wij breidden in
jullie breidden in
zij breidden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inbreid
(dat) jij inbreidt
(dat) u inbreidt
(dat) hij/zij/het inbreidt
(dat) wij inbreiden
(dat) jullie inbreiden
(dat) zij inbreiden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inbreidde
(dat) jij inbreidde
(dat) u inbreidde
(dat) hij/zij/het inbreidde
(dat) wij inbreidden
(dat) jullie inbreidden
(dat) zij inbreidden
Gebiedende wijs
Imperatief
breid in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inbreiden
Gerundium
inbreiden
Onvoltooid deelwoord
inbreidend
Voltooid deelwoord
ingebreid
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.