to fill with, to inspire, to strike (something) into (one's heart)
Tegenwoordige tijd (ik)boezem in
Verleden tijd (ik)boezemde in
Voltooid deelwoordingeboezemd
Volledige vervoeging van het werkwoord inboezemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik boezem in
jij boezemt in (inversie: boezem in jij)
u boezemt in
hij/zij/het boezemt in
wij boezemen in
jullie boezemen in
zij boezemen in
Verleden tijd
ik boezemde in
jij boezemde in
u boezemde in
hij/zij/het boezemde in
wij boezemden in
jullie boezemden in
zij boezemden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inboezem
(dat) jij inboezemt
(dat) u inboezemt
(dat) hij/zij/het inboezemt
(dat) wij inboezemen
(dat) jullie inboezemen
(dat) zij inboezemen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inboezemde
(dat) jij inboezemde
(dat) u inboezemde
(dat) hij/zij/het inboezemde
(dat) wij inboezemden
(dat) jullie inboezemden
(dat) zij inboezemden
Gebiedende wijs
Imperatief
boezem in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inboezemen
Gerundium
inboezemen
Onvoltooid deelwoord
inboezemend
Voltooid deelwoord
ingeboezemd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.