Vervoeging van inboeten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inboeten
to lose, be deprived of
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)boet in
Verleden tijd (ik)boette in
Voltooid deelwoordingeboet
Volledige vervoeging van het werkwoord inboeten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik boet in
jij boet in
u boet in
hij/zij/het boet in
wij boeten in
jullie boeten in
zij boeten in

Verleden tijd

ik boette in
jij boette in
u boette in
hij/zij/het boette in
wij boetten in
jullie boetten in
zij boetten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inboet
(dat) jij inboet
(dat) u inboet
(dat) hij/zij/het inboet
(dat) wij inboeten
(dat) jullie inboeten
(dat) zij inboeten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inboette
(dat) jij inboette
(dat) u inboette
(dat) hij/zij/het inboette
(dat) wij inboetten
(dat) jullie inboetten
(dat) zij inboetten

Gebiedende wijs

Imperatief

boet in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inboeten

Gerundium

inboeten

Onvoltooid deelwoord

inboetend

Voltooid deelwoord

ingeboet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.