to can (to preserve)
Tegenwoordige tijd (ik)blik in
Verleden tijd (ik)blikte in
Voltooid deelwoordingeblikt
Volledige vervoeging van het werkwoord inblikken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik blik in
jij blikt in (inversie: blik in jij)
u blikt in
hij/zij/het blikt in
wij blikken in
jullie blikken in
zij blikken in
Verleden tijd
ik blikte in
jij blikte in
u blikte in
hij/zij/het blikte in
wij blikten in
jullie blikten in
zij blikten in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inblik
(dat) jij inblikt
(dat) u inblikt
(dat) hij/zij/het inblikt
(dat) wij inblikken
(dat) jullie inblikken
(dat) zij inblikken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inblikte
(dat) jij inblikte
(dat) u inblikte
(dat) hij/zij/het inblikte
(dat) wij inblikten
(dat) jullie inblikten
(dat) zij inblikten
Gebiedende wijs
Imperatief
blik in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inblikken
Gerundium
inblikken
Onvoltooid deelwoord
inblikkend
Voltooid deelwoord
ingeblikt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.