Vervoeging van inblazen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inblazen
to breathe new life into, to give another chance to, to revive
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blaas in
Verleden tijd (ik)blies in
Voltooid deelwoordingeblazen
Volledige vervoeging van het werkwoord inblazen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blaas in
jij blaast in (inversie: blaas in jij)
u blaast in
hij/zij/het blaast in
wij blazen in
jullie blazen in
zij blazen in

Verleden tijd

ik blies in
jij blies in
u blies in
hij/zij/het blies in
wij bliezen in
jullie bliezen in
zij bliezen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inblaas
(dat) jij inblaast
(dat) u inblaast
(dat) hij/zij/het inblaast
(dat) wij inblazen
(dat) jullie inblazen
(dat) zij inblazen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inblies
(dat) jij inblies
(dat) u inblies
(dat) hij/zij/het inblies
(dat) wij inbliezen
(dat) jullie inbliezen
(dat) zij inbliezen

Gebiedende wijs

Imperatief

blaas in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inblazen

Gerundium

inblazen

Onvoltooid deelwoord

inblazend

Voltooid deelwoord

ingeblazen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.