Vervoeging van inbijten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inbijten
to corrode, to erode
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bijt in
Verleden tijd (ik)beet in
Voltooid deelwoordingebeten
Volledige vervoeging van het werkwoord inbijten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bijt in
jij bijt in
u bijt in
hij/zij/het bijt in
wij bijten in
jullie bijten in
zij bijten in

Verleden tijd

ik beet in
jij beet in
u beet in
hij/zij/het beet in
wij beten in
jullie beten in
zij beten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inbijt
(dat) jij inbijt
(dat) u inbijt
(dat) hij/zij/het inbijt
(dat) wij inbijten
(dat) jullie inbijten
(dat) zij inbijten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inbeet
(dat) jij inbeet
(dat) u inbeet
(dat) hij/zij/het inbeet
(dat) wij inbeten
(dat) jullie inbeten
(dat) zij inbeten

Gebiedende wijs

Imperatief

bijt in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inbijten

Gerundium

inbijten

Onvoltooid deelwoord

inbijtend

Voltooid deelwoord

ingebeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.