Vervoeging van inbeelden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inbeelden
to imagine, to envisage
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)beeld in
Verleden tijd (ik)beeldde in
Voltooid deelwoordingebeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord inbeelden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beeld in
jij beeldt in (inversie: beeld in jij)
u beeldt in
hij/zij/het beeldt in
wij beelden in
jullie beelden in
zij beelden in

Verleden tijd

ik beeldde in
jij beeldde in
u beeldde in
hij/zij/het beeldde in
wij beeldden in
jullie beeldden in
zij beeldden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inbeeld
(dat) jij inbeeldt
(dat) u inbeeldt
(dat) hij/zij/het inbeeldt
(dat) wij inbeelden
(dat) jullie inbeelden
(dat) zij inbeelden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inbeeldde
(dat) jij inbeeldde
(dat) u inbeeldde
(dat) hij/zij/het inbeeldde
(dat) wij inbeeldden
(dat) jullie inbeeldden
(dat) zij inbeeldden

Gebiedende wijs

Imperatief

beeld in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inbeelden

Gerundium

inbeelden

Onvoltooid deelwoord

inbeeldend

Voltooid deelwoord

ingebeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.