Vervoeging van inbakeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inbakeren
to swaddle
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)baker in
Verleden tijd (ik)bakerde in
Voltooid deelwoordingebakerd
Volledige vervoeging van het werkwoord inbakeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik baker in
jij bakert in (inversie: baker in jij)
u bakert in
hij/zij/het bakert in
wij bakeren in
jullie bakeren in
zij bakeren in

Verleden tijd

ik bakerde in
jij bakerde in
u bakerde in
hij/zij/het bakerde in
wij bakerden in
jullie bakerden in
zij bakerden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inbaker
(dat) jij inbakert
(dat) u inbakert
(dat) hij/zij/het inbakert
(dat) wij inbakeren
(dat) jullie inbakeren
(dat) zij inbakeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inbakerde
(dat) jij inbakerde
(dat) u inbakerde
(dat) hij/zij/het inbakerde
(dat) wij inbakerden
(dat) jullie inbakerden
(dat) zij inbakerden

Gebiedende wijs

Imperatief

baker in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inbakeren

Gerundium

inbakeren

Onvoltooid deelwoord

inbakerend

Voltooid deelwoord

ingebakerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.