Vervoeging van impliceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

impliceren
to imply
weak
Tegenwoordige tijd (ik)impliceer
Verleden tijd (ik)impliceerde
Voltooid deelwoordgeïmpliceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord impliceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik impliceer
jij impliceert (inversie: impliceer jij)
u impliceert
hij/zij/het impliceert
wij impliceren
jullie impliceren
zij impliceren

Verleden tijd

ik impliceerde
jij impliceerde
u impliceerde
hij/zij/het impliceerde
wij impliceerden
jullie impliceerden
zij impliceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

impliceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

impliceren

Gerundium

impliceren

Onvoltooid deelwoord

implicerend

Voltooid deelwoord

geïmpliceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.