Vervoeging van imkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

imkeren
to practice beekeeping
weak
Tegenwoordige tijd (ik)imker
Verleden tijd (ik)imkerde
Voltooid deelwoordgeïmkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord imkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik imker
jij imkert (inversie: imker jij)
u imkert
hij/zij/het imkert
wij imkeren
jullie imkeren
zij imkeren

Verleden tijd

ik imkerde
jij imkerde
u imkerde
hij/zij/het imkerde
wij imkerden
jullie imkerden
zij imkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

imker

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

imkeren

Gerundium

imkeren

Onvoltooid deelwoord

imkerend

Voltooid deelwoord

geïmkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.