Vervoeging van hospitaliseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

hospitaliseren
to hospitalise, to admit into a hospital
weak
Tegenwoordige tijd (ik)hospitaliseer
Verleden tijd (ik)hospitaliseerde
Voltooid deelwoordgehospitaliseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord hospitaliseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hospitaliseer
jij hospitaliseert (inversie: hospitaliseer jij)
u hospitaliseert
hij/zij/het hospitaliseert
wij hospitaliseren
jullie hospitaliseren
zij hospitaliseren

Verleden tijd

ik hospitaliseerde
jij hospitaliseerde
u hospitaliseerde
hij/zij/het hospitaliseerde
wij hospitaliseerden
jullie hospitaliseerden
zij hospitaliseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

hospitaliseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

hospitaliseren

Gerundium

hospitaliseren

Onvoltooid deelwoord

hospitaliserend

Voltooid deelwoord

gehospitaliseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.