to reread
Tegenwoordige tijd (ik)herlees
Verleden tijd (ik)herlas
Voltooid deelwoordherlezen
Volledige vervoeging van het werkwoord herlezen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik herlees
jij herleest (inversie: herlees jij)
u herleest
hij/zij/het herleest
wij herlezen
jullie herlezen
zij herlezen
Verleden tijd
ik herlas
jij herlas
u herlas
hij/zij/het herlas
wij herlazen
jullie herlazen
zij herlazen
Gebiedende wijs
Imperatief
herlees
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
herlezen
Gerundium
herlezen
Onvoltooid deelwoord
herlezend
Voltooid deelwoord
herlezen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.