Vervoeging van hardlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

hardlopen
to run fast, race on foot
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop hard
Verleden tijd (ik)liep hard
Voltooid deelwoordhardgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord hardlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop hard
jij loopt hard (inversie: loop hard jij)
u loopt hard
hij/zij/het loopt hard
wij lopen hard
jullie lopen hard
zij lopen hard

Verleden tijd

ik liep hard
jij liep hard
u liep hard
hij/zij/het liep hard
wij liepen hard
jullie liepen hard
zij liepen hard

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik hardloop
(dat) jij hardloopt
(dat) u hardloopt
(dat) hij/zij/het hardloopt
(dat) wij hardlopen
(dat) jullie hardlopen
(dat) zij hardlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik hardliep
(dat) jij hardliep
(dat) u hardliep
(dat) hij/zij/het hardliep
(dat) wij hardliepen
(dat) jullie hardliepen
(dat) zij hardliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop hard

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

hardlopen

Gerundium

hardlopen

Onvoltooid deelwoord

hardlopend

Voltooid deelwoord

hardgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.