to trade, do business
Andere betekenissen: to handle, to deal with or endure something or someone (particularly emotionally)
Tegenwoordige tijd (ik)handel
Verleden tijd (ik)handelde
Voltooid deelwoordgehandeld
Volledige vervoeging van het werkwoord handelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik handel
jij handelt (inversie: handel jij)
u handelt
hij/zij/het handelt
wij handelen
jullie handelen
zij handelen
Verleden tijd
ik handelde
jij handelde
u handelde
hij/zij/het handelde
wij handelden
jullie handelden
zij handelden
Gebiedende wijs
Imperatief
handel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
handelen
Gerundium
handelen
Onvoltooid deelwoord
handelend
Voltooid deelwoord
gehandeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.