Vervoeging van halveeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

halveeren
obsolete spelling of halveren
weak
Tegenwoordige tijd (ik)halveer
Verleden tijd (ik)halveerde
Voltooid deelwoordgehalveerd
Volledige vervoeging van het werkwoord halveeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik halveer
jij halveert (inversie: halveer jij)
u halveert
hij/zij/het halveert
wij halveeren
jullie halveeren
zij halveeren

Verleden tijd

ik halveerde
jij halveerde
u halveerde
hij/zij/het halveerde
wij halveerden
jullie halveerden
zij halveerden

Gebiedende wijs

Imperatief

halveer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

halveeren

Gerundium

halveeren

Onvoltooid deelwoord

halveerend

Voltooid deelwoord

gehalveerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.