Vervoeging van hachelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

hachelen
to eat
weak
Tegenwoordige tijd (ik)hachel
Verleden tijd (ik)hachelde
Voltooid deelwoordgehacheld
Volledige vervoeging van het werkwoord hachelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hachel
jij hachelt (inversie: hachel jij)
u hachelt
hij/zij/het hachelt
wij hachelen
jullie hachelen
zij hachelen

Verleden tijd

ik hachelde
jij hachelde
u hachelde
hij/zij/het hachelde
wij hachelden
jullie hachelden
zij hachelden

Gebiedende wijs

Imperatief

hachel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

hachelen

Gerundium

hachelen

Onvoltooid deelwoord

hachelend

Voltooid deelwoord

gehacheld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.