Vervoeging van grootbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

grootbrengen
to raise, bring up (a) young(ster)(s), from infancy to maturity
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng groot
Verleden tijd (ik)bracht groot
Voltooid deelwoordgrootgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord grootbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng groot
jij brengt groot (inversie: breng groot jij)
u brengt groot
hij/zij/het brengt groot
wij brengen groot
jullie brengen groot
zij brengen groot

Verleden tijd

ik bracht groot
jij bracht groot
u bracht groot
hij/zij/het bracht groot
wij brachten groot
jullie brachten groot
zij brachten groot

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik grootbreng
(dat) jij grootbrengt
(dat) u grootbrengt
(dat) hij/zij/het grootbrengt
(dat) wij grootbrengen
(dat) jullie grootbrengen
(dat) zij grootbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik grootbracht
(dat) jij grootbracht
(dat) u grootbracht
(dat) hij/zij/het grootbracht
(dat) wij grootbrachten
(dat) jullie grootbrachten
(dat) zij grootbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng groot

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

grootbrengen

Gerundium

grootbrengen

Onvoltooid deelwoord

grootbrengend

Voltooid deelwoord

grootgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.