Vervoeging van griezelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

griezelen
to spook, get spooked
weak
Tegenwoordige tijd (ik)griezel
Verleden tijd (ik)griezelde
Voltooid deelwoordgegriezeld
Volledige vervoeging van het werkwoord griezelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik griezel
jij griezelt (inversie: griezel jij)
u griezelt
hij/zij/het griezelt
wij griezelen
jullie griezelen
zij griezelen

Verleden tijd

ik griezelde
jij griezelde
u griezelde
hij/zij/het griezelde
wij griezelden
jullie griezelden
zij griezelden

Gebiedende wijs

Imperatief

griezel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

griezelen

Gerundium

griezelen

Onvoltooid deelwoord

griezelend

Voltooid deelwoord

gegriezeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.