Vervoeging van grazen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

grazen
to graze (to eat grass from a pasture)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)graas
Verleden tijd (ik)graasde
Voltooid deelwoordgegraasd
Volledige vervoeging van het werkwoord grazen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik graas
jij graast (inversie: graas jij)
u graast
hij/zij/het graast
wij grazen
jullie grazen
zij grazen

Verleden tijd

ik graasde
jij graasde
u graasde
hij/zij/het graasde
wij graasden
jullie graasden
zij graasden

Gebiedende wijs

Imperatief

graas

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

grazen

Gerundium

grazen

Onvoltooid deelwoord

grazend

Voltooid deelwoord

gegraasd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.