to gargle
Tegenwoordige tijd (ik)gorgel
Verleden tijd (ik)gorgelde
Voltooid deelwoordgegorgeld
Volledige vervoeging van het werkwoord gorgelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik gorgel
jij gorgelt (inversie: gorgel jij)
u gorgelt
hij/zij/het gorgelt
wij gorgelen
jullie gorgelen
zij gorgelen
Verleden tijd
ik gorgelde
jij gorgelde
u gorgelde
hij/zij/het gorgelde
wij gorgelden
jullie gorgelden
zij gorgelden
Gebiedende wijs
Imperatief
gorgel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
gorgelen
Gerundium
gorgelen
Onvoltooid deelwoord
gorgelend
Voltooid deelwoord
gegorgeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.