Vervoeging van goedpraten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

goedpraten
to justify, excuse
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)praat goed
Verleden tijd (ik)praatte goed
Voltooid deelwoordgoedgepraat
Volledige vervoeging van het werkwoord goedpraten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik praat goed
jij praat goed
u praat goed
hij/zij/het praat goed
wij praten goed
jullie praten goed
zij praten goed

Verleden tijd

ik praatte goed
jij praatte goed
u praatte goed
hij/zij/het praatte goed
wij praatten goed
jullie praatten goed
zij praatten goed

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik goedpraat
(dat) jij goedpraat
(dat) u goedpraat
(dat) hij/zij/het goedpraat
(dat) wij goedpraten
(dat) jullie goedpraten
(dat) zij goedpraten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik goedpraatte
(dat) jij goedpraatte
(dat) u goedpraatte
(dat) hij/zij/het goedpraatte
(dat) wij goedpraatten
(dat) jullie goedpraatten
(dat) zij goedpraatten

Gebiedende wijs

Imperatief

praat goed

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

goedpraten

Gerundium

goedpraten

Onvoltooid deelwoord

goedpratend

Voltooid deelwoord

goedgepraat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.