Vervoeging van goedmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

goedmaken
expiate, to redress (to make amends)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak goed
Verleden tijd (ik)maakte goed
Voltooid deelwoordgoedgemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord goedmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak goed
jij maakt goed (inversie: maak goed jij)
u maakt goed
hij/zij/het maakt goed
wij maken goed
jullie maken goed
zij maken goed

Verleden tijd

ik maakte goed
jij maakte goed
u maakte goed
hij/zij/het maakte goed
wij maakten goed
jullie maakten goed
zij maakten goed

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik goedmaak
(dat) jij goedmaakt
(dat) u goedmaakt
(dat) hij/zij/het goedmaakt
(dat) wij goedmaken
(dat) jullie goedmaken
(dat) zij goedmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik goedmaakte
(dat) jij goedmaakte
(dat) u goedmaakte
(dat) hij/zij/het goedmaakte
(dat) wij goedmaakten
(dat) jullie goedmaakten
(dat) zij goedmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak goed

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

goedmaken

Gerundium

goedmaken

Onvoltooid deelwoord

goedmakend

Voltooid deelwoord

goedgemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.