Vervoeging van goedkeuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

goedkeuren
to approve, to confirm, to endorse
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)keur goed
Verleden tijd (ik)keurde goed
Voltooid deelwoordgoedgekeurd
Volledige vervoeging van het werkwoord goedkeuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik keur goed
jij keurt goed (inversie: keur goed jij)
u keurt goed
hij/zij/het keurt goed
wij keuren goed
jullie keuren goed
zij keuren goed

Verleden tijd

ik keurde goed
jij keurde goed
u keurde goed
hij/zij/het keurde goed
wij keurden goed
jullie keurden goed
zij keurden goed

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik goedkeur
(dat) jij goedkeurt
(dat) u goedkeurt
(dat) hij/zij/het goedkeurt
(dat) wij goedkeuren
(dat) jullie goedkeuren
(dat) zij goedkeuren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik goedkeurde
(dat) jij goedkeurde
(dat) u goedkeurde
(dat) hij/zij/het goedkeurde
(dat) wij goedkeurden
(dat) jullie goedkeurden
(dat) zij goedkeurden

Gebiedende wijs

Imperatief

keur goed

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

goedkeuren

Gerundium

goedkeuren

Onvoltooid deelwoord

goedkeurend

Voltooid deelwoord

goedgekeurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.