Vervoeging van gitaarspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gitaarspelen
to play guitar
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel gitaar
Verleden tijd (ik)speelde gitaar
Voltooid deelwoordgitaargespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord gitaarspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel gitaar
jij speelt gitaar (inversie: speel gitaar jij)
u speelt gitaar
hij/zij/het speelt gitaar
wij spelen gitaar
jullie spelen gitaar
zij spelen gitaar

Verleden tijd

ik speelde gitaar
jij speelde gitaar
u speelde gitaar
hij/zij/het speelde gitaar
wij speelden gitaar
jullie speelden gitaar
zij speelden gitaar

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik gitaarspeel
(dat) jij gitaarspeelt
(dat) u gitaarspeelt
(dat) hij/zij/het gitaarspeelt
(dat) wij gitaarspelen
(dat) jullie gitaarspelen
(dat) zij gitaarspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik gitaarspeelde
(dat) jij gitaarspeelde
(dat) u gitaarspeelde
(dat) hij/zij/het gitaarspeelde
(dat) wij gitaarspeelden
(dat) jullie gitaarspeelden
(dat) zij gitaarspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel gitaar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gitaarspelen

Gerundium

gitaarspelen

Onvoltooid deelwoord

gitaarspelend

Voltooid deelwoord

gitaargespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.