to make a guess, estimate, have a go
Tegenwoordige tijd (ik)gis
Verleden tijd (ik)giste
Voltooid deelwoordgegist
Volledige vervoeging van het werkwoord gissen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik gis
jij gist (inversie: gis jij)
u gist
hij/zij/het gist
wij gissen
jullie gissen
zij gissen
Verleden tijd
ik giste
jij giste
u giste
hij/zij/het giste
wij gisten
jullie gisten
zij gisten
Gebiedende wijs
Imperatief
gis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
gissen
Gerundium
gissen
Onvoltooid deelwoord
gissend
Voltooid deelwoord
gegist
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.