Vervoeging van gijzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gijzelen
to take hostage
weak
Tegenwoordige tijd (ik)gijzel
Verleden tijd (ik)gijzelde
Voltooid deelwoordgegijzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord gijzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik gijzel
jij gijzelt (inversie: gijzel jij)
u gijzelt
hij/zij/het gijzelt
wij gijzelen
jullie gijzelen
zij gijzelen

Verleden tijd

ik gijzelde
jij gijzelde
u gijzelde
hij/zij/het gijzelde
wij gijzelden
jullie gijzelden
zij gijzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

gijzel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gijzelen

Gerundium

gijzelen

Onvoltooid deelwoord

gijzelend

Voltooid deelwoord

gegijzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.