Vervoeging van giebelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

giebelen
to laugh quietly, giggle furtively or in a quasi-conspiratorial manner
weak
Tegenwoordige tijd (ik)giebel
Verleden tijd (ik)giebelde
Voltooid deelwoordgegiebeld
Volledige vervoeging van het werkwoord giebelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik giebel
jij giebelt (inversie: giebel jij)
u giebelt
hij/zij/het giebelt
wij giebelen
jullie giebelen
zij giebelen

Verleden tijd

ik giebelde
jij giebelde
u giebelde
hij/zij/het giebelde
wij giebelden
jullie giebelden
zij giebelden

Gebiedende wijs

Imperatief

giebel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

giebelen

Gerundium

giebelen

Onvoltooid deelwoord

giebelend

Voltooid deelwoord

gegiebeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.