Vervoeging van gewaarworden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gewaarworden
to become aware of, to notice
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)word gewaar
Verleden tijd (ik)werd gewaar
Voltooid deelwoordgewaargeworden
Volledige vervoeging van het werkwoord gewaarworden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik word gewaar
jij wordt gewaar (inversie: word gewaar jij)
u wordt gewaar
hij/zij/het wordt gewaar
wij worden gewaar
jullie worden gewaar
zij worden gewaar

Verleden tijd

ik werd gewaar
jij werd gewaar
u werd gewaar
hij/zij/het werd gewaar
wij werden gewaar
jullie werden gewaar
zij werden gewaar

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik gewaarword
(dat) jij gewaarwordt
(dat) u gewaarwordt
(dat) hij/zij/het gewaarwordt
(dat) wij gewaarworden
(dat) jullie gewaarworden
(dat) zij gewaarworden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik gewaarwerd
(dat) jij gewaarwerd
(dat) u gewaarwerd
(dat) hij/zij/het gewaarwerd
(dat) wij gewaarwerden
(dat) jullie gewaarwerden
(dat) zij gewaarwerden

Gebiedende wijs

Imperatief

word gewaar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gewaarworden

Gerundium

gewaarworden

Onvoltooid deelwoord

gewaarwordend

Voltooid deelwoord

gewaargeworden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.