Vervoeging van generaliseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

generaliseren
to generalize
weak
Tegenwoordige tijd (ik)generaliseer
Verleden tijd (ik)generaliseerde
Voltooid deelwoordgegeneraliseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord generaliseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik generaliseer
jij generaliseert (inversie: generaliseer jij)
u generaliseert
hij/zij/het generaliseert
wij generaliseren
jullie generaliseren
zij generaliseren

Verleden tijd

ik generaliseerde
jij generaliseerde
u generaliseerde
hij/zij/het generaliseerde
wij generaliseerden
jullie generaliseerden
zij generaliseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

generaliseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

generaliseren

Gerundium

generaliseren

Onvoltooid deelwoord

generaliserend

Voltooid deelwoord

gegeneraliseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.