Vervoeging van gelijkstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gelijkstellen
to equate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel gelijk
Verleden tijd (ik)stelde gelijk
Voltooid deelwoordgelijkgesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord gelijkstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel gelijk
jij stelt gelijk (inversie: stel gelijk jij)
u stelt gelijk
hij/zij/het stelt gelijk
wij stellen gelijk
jullie stellen gelijk
zij stellen gelijk

Verleden tijd

ik stelde gelijk
jij stelde gelijk
u stelde gelijk
hij/zij/het stelde gelijk
wij stelden gelijk
jullie stelden gelijk
zij stelden gelijk

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkstel
(dat) jij gelijkstelt
(dat) u gelijkstelt
(dat) hij/zij/het gelijkstelt
(dat) wij gelijkstellen
(dat) jullie gelijkstellen
(dat) zij gelijkstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkstelde
(dat) jij gelijkstelde
(dat) u gelijkstelde
(dat) hij/zij/het gelijkstelde
(dat) wij gelijkstelden
(dat) jullie gelijkstelden
(dat) zij gelijkstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel gelijk

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gelijkstellen

Gerundium

gelijkstellen

Onvoltooid deelwoord

gelijkstellend

Voltooid deelwoord

gelijkgesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.