Vervoeging van gelijkrichten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gelijkrichten
to rectify
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)richt gelijk
Verleden tijd (ik)richtte gelijk
Voltooid deelwoordgelijkgericht
Volledige vervoeging van het werkwoord gelijkrichten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik richt gelijk
jij richt gelijk
u richt gelijk
hij/zij/het richt gelijk
wij richten gelijk
jullie richten gelijk
zij richten gelijk

Verleden tijd

ik richtte gelijk
jij richtte gelijk
u richtte gelijk
hij/zij/het richtte gelijk
wij richtten gelijk
jullie richtten gelijk
zij richtten gelijk

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkricht
(dat) jij gelijkricht
(dat) u gelijkricht
(dat) hij/zij/het gelijkricht
(dat) wij gelijkrichten
(dat) jullie gelijkrichten
(dat) zij gelijkrichten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkrichtte
(dat) jij gelijkrichtte
(dat) u gelijkrichtte
(dat) hij/zij/het gelijkrichtte
(dat) wij gelijkrichtten
(dat) jullie gelijkrichtten
(dat) zij gelijkrichtten

Gebiedende wijs

Imperatief

richt gelijk

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gelijkrichten

Gerundium

gelijkrichten

Onvoltooid deelwoord

gelijkrichtend

Voltooid deelwoord

gelijkgericht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.